Hoeven

Hoeven dankt haar bestaan aan een gebeurtenis in de winter van 1275. De Heer en Vrouwe van Breda bezegelden toen in Bergen op Zoom een oorkonde, waarmee ze de monniken van de Bernardusabdij een groot grondgebied schonken aan de grens van Hertogdom Brabant en Graafschap Holland. In de jaren erna volgde een hele reeks andere schenkingen en aankopen, waardoor de Bernardusabdij aan het eind van de dertiende een uitgestrekt domein bezat in het toen nog vrijwel onbewoonde noordwesten van Brabant.

Op de Halderberg bouwden de monniken een uithof, genaamd ‘Bovendonk’. Deze uithof lag op een zandrug (een ‘donk’) aan de rand van een uitgestrekt moerasgebied: het Hollandveen.

De uithof Bovendonk werd bevolkt door lekenbroeders van de abdij. Zij hadden de taak het nieuw verworven domein te exploiteren. Dat bleek geen gemakkelijke opgave: het gebied bestond uit arme zandgronden en moeilijk toegankelijke venen, waardoor landbouw weinig opleverde. Daarom besloot de abdij na enkele jaren het bezit ook op een andere wijze lucratief te maken: ze verhuurde grond aan turfwinners. De abdij liet vaarten en andere waterwerken aanleggen, bouwde molens en verpachtte landbouwgrond. Met deze activiteiten drukte de Bernardusabdij een stempel op de ontwikkeling van dit deel van Brabant, vooral omdat de monniken hun West-Brabantse bezittingen eeuwenlang in handen wisten te houden. Dit gold in het bijzonder voor een recht dat ze in 1276 en 1277 van de Heer en Vrouwe van Breda geschonken kregen: het recht om te bepalen wie er in de parochies Gastel en Wouw als pastoor werd aangesteld. Toen van de parochie Gastel in de veertiende eeuw de parochies Hoeven en Oudenbosch werden afgesplitst, mocht de Bernardusabdij ook in deze parochies bepalen wie er als pastoor werd benoemd.

Vanaf 1489 tot 1839 waren de pastoors van Hoeven vrijwel altijd kloosterlingen van de Bernardusabdij. In 1839 benoemde apostolisch vicaris Joannes van Hooydonk -de latere bisschop van Breda- voor het eerst een seculier priester. Daarmee kwam er een einde aan een traditie die precies 350 jaar had bestaan.

In de parochie van Wouw waren nog tot 1872 cisterciënzer pastoors werkzaam. De parochies van Oud Gastel en Oudenbosch bleven zelfs tot 1968 in handen van de abdij.

De huidige kerk van Hoeven werd in gebruik genomen in 1929. Hoewel de laatste cisterciënzer pastoor van Hoeven 90 jaar eerder was opgevolgd door een seculiere collega,  is ook in de nieuwe kerk goed te zien dat deze parochie ooit bediend werd door cisterciënzer kloosterlingen. De beroemdste cisterciënzer heilige is nog opvallend in de kerk aanwezig: Bernardus van Clairvaux. Uit de aanwezigheid van drie Bernardusbeelden blijkt dat deze heilige in Hoeven trouwe vereerders had. Vooral bij veeboeren bleef Bernardus tot ver in de twintigste eeuw populair.
Tijdens de Bernardusdagen is in de kerk van Hoeven een tentoonstelling te zien over de Bernardusverering.

In Hoeven is ook de kapel van Bovendonk te bezichtigen. Bezoekers kunnen hier meer te weten komen over de geschiedenis van de Bernardusabdij. (voor de openingstijden zie: praktische informatie)