Oud Gastel

In de jaren zestig ondergingen veel katholieke kerken in Nederland een make-over: het aantal beelden werd gereduceerd en de veelal overdadige muurschilderingen verdwenen onder een laag witte verf. De pastoor van Oud Gastel was blijkbaar geen voorstander van deze nieuwe mode: in zijn kerk bleef alles zoals het was. Een bezoek aan deze kerk voelt daarom aan als een reis terug in de tijd. Het neogotische interieur is nog volledig intact, en ziet er na een zorgvuldig restauratie weer uit als nieuw.

Tijdens de Bernardusdagen wordt bezoekers van de kerk van Oud Gastel getoond dat dit geen gewone parochiekerk is: cisterciënzer pastoors uit de Bernardusabdij maakten hier eeuwenlang de dienst uit, en hun voorkeuren zijn bij de inrichting van de kerk bepalend geweest.

Al vanaf 1276 had de abt van de Bernardusabdij het recht om te bepalen wie er in Gastel pastoor werd. Zeker na de middeleeuwen waren dit vrijwel altijd monniken uit de eigen abdij. Dit blijkt ook op het kerkhof: de grafstenen van de pastoors hebben alle het opschrift dat ze monnik waren van de Bernardusabdij. Op het kerkhof vinden we ook het graf van pater Johannes Damen, onder wiens bewind de huidige kerk van Gastel is gebouwd.


Het graf van pastoor Johannes Damen, “religieus der cisterciënzer orde”

De nieuwe kerk van Oud Gastel, waar de middeleeuwse kerk voor moest wijken, kon in 1907 door de parochianen in gebruik worden genomen. Het interieur zal toen nog een kale aanblik hebben geboden: pas in de jaren dertig werd aan de inrichting van de kerk de laatste hand gelegd. Veel onderdelen van het interieur herinneren nog aan de kloosterachtergrond van de pastoors: zo kreeg de patroonheilige van de Bernardusabdij  een ereplaats in de nieuwe kerk. Alle kunstvoorwerpen in de kerk die aan de band met de abdij herinneren, worden tijdens de Bernardusdagen uitgelicht en verklaard.
(Voor openingstijden zie: praktische informatie)

Bernardus en Maria in de kerk van Oud Gastel